Naam Dauwendaele

Dauwendaele: de naam.

 

Om de naam te achterhalen zijn archieven de aangewezen plaatsen.

In Middelburg zijn dat het Zeeuws archief en de Zeeuwse Bibliotheek.

Uit het Zeeuws archief is de aard van de buitenplaats Dauwendaele te achterhalen met zijn bewoners en de toen heersende gebruiken en cultuur .

Dauwendaele is een samengesteld woord en te splitsen in Dauw(e)(en) en Dael(e). Dit laatste woord komt in veel geografische namen en toponiemen voor.

 

De volgende mogelijke optie is:

 

De heren Hollestelle (van het Z.A.) en Heertjes hebben een e-mail correspondentie gehad waarin Hollestelle o.a. het volgende stelt:

Dauw is een vorm van neerslag die ontstaat als waterdamp in de lucht op vaste voorwerpen condenseert, dus dan kun je al beredenerend stellen dat de herkomst van de naam verwijst naar een dal, een laagte, waar regelmatig de neerslag condenseerde.

Hollestelle verwijst dan naar de bodemkaart van Van Bennema en Van der Meer.

Als dan de hofsteden en buitenplaatsen op die kaart geprojecteerd worden, blijkt dat alle bebouwingen op de zandruggen zijn gesitueerd, dus op de hoogste plaatsen. T.o.v. de stad Middelburg ligt dit gebied wel lager maar of dit de oorzaak van dauwvormig is, is te betwijfelen.

 

Nog een optie:

 

De naam is ook figuurlijk te interpreteren. In die tijd was men zeer bij de religie betrokken en kan dan ook een zodanige betekenis hebben. De naamgever dacht niet aan zich zelf, maar aan het goede wat hem (met zijn familie)  is overkomen. Door de naamgeving wilde hij dat tot uiting brengen.

In het „Vroeg Nederlands woordenboek op basis van het Corpus-Gijsseling” staat het volgende voor Dau:

- Die dau van hemelrike; Het beste wat de Hemel te bieden heeft.

- Van den Dauw, toenaam: Ende die hofstede daer tvorseide huus up staet dat was vergheilen van den dauwe. (Corp. I 1134,16-17;Damme 1286)

 

In een ander woordenboek:

Dauw:        Het goede wat de Israëlieten in de woestijn kregen, manna van dauw.

 

Dauwen:    ’s Hemels zegen dauwde op onze arbeid.

 

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie:

Daal - In plaatsnamen duidt op "beschutte plaats". Varianten van dit toponiem zijn dal, deel of del, in verfranste gebieden ook als dael of delle. De spelling met -ae- is in feite de verouderde weergave van de lange a-klank, die in de middeleeuwen algemeen aldus werd gespeld.

 

Uit voorgaande kan geconcludeerd worden dat het een soort fantasienaam moet zijn, gegeven door een eigenaar die daarmee uitdrukking gaf aan zijn genoegen over deze locatie. Namen eindigend op 'daele' (-dal) van buitenplaatsen of boerderijen, drukten iets liefelijk-landelijks uit ('arcadisch' met een moeilijke term) en dat werd dan nog versterkt door het element 'dauw' waarmee zeer hoogstwaarschijnlijk niets anders bedoeld is dan de morgendauw - dat staat toch min of meer voor vruchtbaarheid.

Deze laatste optie lijkt aannemelijk voor het ontstaan van de naam: DAUWENDAELE.

 

~~~~~~~~

No Comments Yet.

Leave a comment