Dauwendaele: de naam

Waar komt de naam Dauwendaele vandaan.

Om de naam te achterhalen zijn archieven de aangewezen plaatsen.

In Middelburg zijn dat het Zeeuws archief en de Zeeuwse Bibliotheek.

Uit het Zeeuws archief is de aard van de buitenplaats Dauwendaele te achterhalen met zijn bewoners en de toen heersende gebruiken en cultuur .

In de bibliotheek staan woordenboeken met huidig taalgebruik en dat van het verleden, rekken vol. Zo ook het woord „Dauw(e; en)” met au en ou.

Dauwendaele is een samengesteld woord en te splitsen in Dauw(e)(en) en Dael(e). Dit laatste woord komt in veel geografische namen en toponiemen voor.

Uit onderstaande blijkt de verschillende betekenissen van een en hetzelfde woord uit de verschillende woordenboeken.

 

Douwen:    Plaats in Groningen. De oudste vermelding van Douwen dateert uit 1381 als da Dowa.

In Spanheims Staatboek (1721) werd het geschreven als 'op de Douwen'. De herkomst en betekenis van de naam is onbekend.

 

Douw:        duw, stoot, por, zet Strafwerk, tuchtmaatregel (mil. Dienst),duwen

 

Douwe:      Friese vorm Dominicus, volgens anderen naar de Heilige Dubricius.

 

Dauw:        Soort zebra of gestreept Zuid-Afrikaans paard.

 

Dauwe:      Andere schrijfwijze van Douwe.

 

Dauwe:      Stuk weideland.

 

Dauw:        Veengebied.

 

Dauw(e), de Dauw, Douw(es): 1. Patr. Het lw. is dan secundair, omdat de naam achteraf niet meer als Patr. begrepen werd. De bijbelse VN David. 1294 David Anglicus = Dauwe l’Engles, Kales (GYSS. 1963). – 2. Patr. Germ. VN Dauo. – 3. Evtl. BN ‘dauw’. Vgl. Fr. Rosée. 1410 Woutere de Dau, Kortrijk (WF).

 

De volgende mogelijke optie is:

 

De heren Hollestelle (van het Z.A.) en Heertjes hebben een e-mail correspondentie gehad waarin Hollestelle o.a. het volgende stelt:

Dauw is een vorm van neerslag die ontstaat als waterdamp in de lucht op vaste voorwerpen condenseert, dus dan kun je al beredenerend stellen dat de herkomst van de naam verwijst naar een dal, een laagte, waar regelmatig de neerslag condenseerde.

Hollestelle verwijst dan naar de bodemkaart van Van Bennema en Van der Meer.

Als dan de hofsteden en buitenplaatsen op die kaart geprojecteerd worden, blijkt dat alle bebouwingen op de zandruggen zijn gesitueerd, dus op de hoogste plaatsen. T.o.v. de stad Middelburg ligt dit gebied wel lager maar of dit de oorzaak van dauwvormig is, is te betwijfelen.

 

Nog een optie:

 

Het is voor te stellen dat de eigenaar/opdrachtgever of latere bewoner de naam Dauwe had en dus naar hem vernoemd is. Dat was vaker het geval. Dauwe als naam was in die tijd niet gebruikelijk in het Zeeuwse. Het was meer een naam uit de noordelijke regionen waar in die tijd de Friezen woonden. Van Friesland in noordwestelijke richting langs de Noordzee kust naar Denemarken.

 

Nog een optie:

 

De naam is ook figuurlijk te interpreteren. In die tijd was men zeer bij de religie betrokken en kan dan ook een zodanige betekenis hebben. De naamgever dacht niet aan zich zelf, maar aan het goede wat hem (met zijn familie)  is overkomen. Door de naamgeving wilde hij dat tot uiting brengen.

In het „Vroeg Nederlands woordenboek op basis van het Corpus-Gijsseling” staat het volgende voor Dau:

- Die dau van hemelrike; Het beste wat de Hemel te bieden heeft.

- Van den Dauw, toenaam: Ende die hofstede daer tvorseide huus up staet dat was vergheilen van den dauwe. (Corp. I 1134,16-17;Damme 1286)

In een ander woordenboek:

Dauw:        Het goede wat de Israëlieten in de woestijn kregen, manna van dauw.

Dauwen:    ’s Hemels zegen dauwde op onze arbeid.

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie: -Daal In plaatsnamen duidt op "beschutte plaats". Varianten van dit toponiem zijn dal, deel of del, in verfranste gebieden ook als dael of delle. De spelling met -ae- is in feite de verouderde weergave van de lange a-klank, die in de middeleeuwen algemeen aldus werd gespeld.

 

Uit voorgaande kan geconcludeerd worden dat de laatste optie aannemelijk is voor het ontstaan van de naam DAUWENDAELE.

No Comments Yet.

Leave a comment