Geschiedenis van de wijk Dauwendaele

In het midden van de 18e eeuw onderscheidden de Zeeuwse buitenplaatsen zich van de Hollandse door een vertoon van ongebreidelde luxe, een overdaad die we in Holland niet in hoge mate aantreffen. Zo beschikten de Zeeuwen sinds de 17e eeuw over fortuinen, die zelfs in enkele gevallen tot in de 19e eeuw de basis zouden vormen voor enige grote Hollandse vermogens. Ook stalden de Zeeuwen in de bloeiperiode van voor de Franse overheersing hun aardse goed gaarne ten toon, “zij zetten alles voor het raam”. In dit opzicht stonden zij onder de invloed van de Vlaams-Bourgondische cultuur. Daarom had de Antwerpse architect J.P. van Baurscheit op Walcheren zo’n groot succes. Hij liet er behalve stadshuizen enkele imposante landhuizen verrijzen, waaronder Sint Jan ten Heere, welk het indrukwekkendst was.
De algemene tendens tot conservatisme zien we op Walcheren tevens in de parkaanleg weerspiegeld; waar men wars is om nieuwe modes te volgen. Wanneer in Holland omstreeks 1770 de landschappelijke stijl uit Engeland zijn intrede doet, neemt men aanvankelijk in Zeeland geen deel aan deze nieuwe mode, maar legt uitgestrekte parken met grote vijverpartij en aan, in feite een luxe voortzetting van de barokke, formele aanleg. Zij zijn uitstekend van structuur en maken met hun brede vijvers grote indruk, in tegenstelling tot de vroegere uitgestrekte, labyrintvormige parken in Holland.
Walcheren is binnen het Hollands perspectief het rijke buitenbeentje; een vet stuk aarde, waar net als in het “beloofde land” de tijd stil bleef staan.
Met de aanvang van de Franse overheersing valt echter plotseling het doek. De Zeeuwse luxe en economische bloei zijn ten einde. Door toenemend gebrek aan financiële middelen is het met de buitenplaatsen gedaan. Er zijn geen kopers meer te vinden, zodat ze waardeloos worden en moeten worden opgeruimd.

No Comments Yet.

Leave a comment