bestemmingsplan Dauwendaele

bestemmingsplan Dauwendaele (Middelburg) actualisering 2014, onderdeel archeologie paragraaf @.@ Archeologie

In Europees verband is het zogenaamde “Verdrag van Malta” tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Om dit meewegen te laten plaatsvinden wordt, naast de bestaande regelgeving en beleid, een economische factor toegevoegd. De kosten voor het zorgvuldig omgaan met het bodemarchief, dus de kosten voor inventarisatie, (voor)onderzoeken, bodemonderzoek en documentatie, worden door de initiatiefnemer betaald.

De provincie Zeeland en gemeente Middelburg streven naar een versterking van de relatie tussen archeologie en ruimtelijke ordening. In de geest van het Verdrag van Malta is in 2007 een wijziging van de monumentenwet 1988 in de vorm van de Wet op de archeologische monumentenzorg (WAMZ) van kracht geworden. Een belangrijk onderdeel van de gewijzigde Monumentenwet 1988 is dat de verantwoordelijkheid voor het cultureel erfgoed bij de gemeenten komt te liggen. In de Monumentenwet 1988 wordt geregeld dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Volgens de wet kan in het belang van de archeologische monumentenzorg bij een bestemmingsplan worden bepaald dat de aanvrager van een aanleg- en bouwvergunning een rapport dient over te leggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende is vastgesteld.

Vooruitlopend op de WAMZ hebben de Walcherse gemeenten een eigen archeologiebeleid geformuleerd en vastgesteld in de Nota Archeologische monumentenzorg Walcheren 2006, die in 2008 is geëvalueerd in de Nota Archeologische monumentenzorg Walcheren evaluatie 2008.  Deze laatste nota schrijft nu het vigerende archeologiebeleid binnen de gemeente Middelburg voor, waardoor het provinciale archeologiebeleid op de tweede plaats komt. Om ervoor te zorgen dat het Nederlandse archeologisch erfgoed wordt beschermd en er bij ruimtelijke afwegingen rekening wordt gehouden met archeologische waarden, is vanuit het Rijk een Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS) opgemaakt, waarin alle bekende archeologische waarden zijn opgenomen. Terreinen van archeologisch belang of waarde zijn vastgelegd op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Om een indicatie te krijgen voor een archeologische verwachting is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld in de vorm van de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Beide kaarten, naast enkele oude kaarten, liggen aan de basis van de Walcherse archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. De vrijstellingsregeling behorende bij het Walchers archeologiebeleid gaat uit van deze laatste kaart aangevuld met recent onderzoek.

Onderzoek

Naar aanleiding van de actualisering van het bestemmingsplan Dauwendaele te Middelburg heeft de Walcherse Archeologische Dienst een beperkte bureaustudie uitgevoerd naar de te verwachten archeologische waarden in het gebied.

Hieruit is gebleken dat het plangebied Dauwendaele door de eeuwen heen tot aan de 20e eeuw schaars bebouwd is geweest. Op de historische kaart van Van Deventer uit ca. 1550 is alleen de kronkelige Segeersweg met aan weerszijden enkele gebouwen aangeduid. (Voorlopers van) de latere buitenplaatsen Hof Woelgeest en Hof de Dolfijn lijken hier al aangeduid. Op de kaart van Visscher en Roman uit ca. 1650 is dezelfde weg te zien evenals de zuidelijke bolwerken van de vestingwerken uit de 17e eeuw. Ook hier lijkt het Hof Woelgeest al aanwezig en vertoont het Hof Dolfijn een relatief imposante aanblik. Op de kaart van de gebroeders Hattinga uit ca. 1750 zien we grofweg hetzelfde beeld. Alleen zijn in het noorden een lijnbaan (voor een klein deel binnen plangebied) en de kruitmolen De Gouden Draak erbij gekomen. De laatste was een buskruitfabriek uit de tijd van de VOC en de WIC. Ook is de buitenplaats Rusthof op deze kaart ingetekend. Het Hof Rosenburg wordt nog niet genoemd, maar op de plaats lijkt wel al bebouwing aangeduid. Op de kadastrale minuut uit 1832 (projectie Geoweb van de Provincie Zeeland) zijn de verschillende buitenplaatsen, de hoeve op de plaats van de voormalige kruitmolen in kaart gebracht. Zij zijn van deze kaart overgenomen in de verbeelding. Hierbij is rond de bebouwing een ruime zone in acht genomen. De kruitmolen en de zones rond de bebouwing van de buitenplaatsen zijn rood ingekleurd in afbeelding 1 De archeologische voorschriftenkaart. Buitenplaatsen vormen een belangrijk onderdeel van de archeologische onderzoeksagenda van Walcheren. Zij genieten daarom ook de Waarde Archeologie 1 (WA 1).

Op de archeologische verwachtingskaart Walcheren ligt een deel van het plangebied in een middelhoge verwachtingszone met name met betrekking tot archeologische resten uit de IJzertijd en de Romeinse tijd in de top van het onderliggend veen. Het plangebied wordt doorsneden door enkele oude kreekruggen die hoge verwachtingszone vormen met name met betrekking tot resten uit de Middeleeuwen en later. De oude Segeersweg lag, zoals was te verwachten, ter hoogte van één van deze kreekruggen. Op de archeologische beleidsadvieskaart Walcheren wordt m.b.t. de vrijstelling geen onderscheid meer gemaakt tussen hoge en middelhoge verwachtingszones. Beide zijn dan ook donkergeel ingekleurd in afbeelding 1 De archeologische voorschriftenkaart. Hoge en middelhoge verwachtingszones genieten de Waarde Archeologie 3 (WA 3).

Voor gebieden gelegen binnen een straal van 50 meter rondom bekende vindplaatsen gelden aparte vrijstellingsmaten. Ten tijde van deze herziening zijn in de landelijke archeologische database vier vindplaatsen binnen de grenzen van het plangebied Dauwendaele bekend. Hiervan zijn slechts twee overgenomen voor dit bestemmingsplan (zie blauw gearceerde cirkel in de voorschriftenkaart).

De beide overgenomen vindplaatsen (ARCHIS-waarnemingen 20453 en 20455) betreffen de gemelde vondst van verschillende fragmenten van aardewerk uit de Romeinse tijd. In de omgeving zijn meer vindplaatsen uit dezelfde periode bekend. Deze vindplaatsen verdienen daarom extra aandacht. Vindplaatsen genieten de Waarde Archeologie 1 (WA 1).

Van de twee vindplaatsen die niet zijn overgenomen, valt er één samen met de locatie van de kruitmolen De Gouden Draak (waarneming 408348). Het is een vrij opvallende vondst van tien zilveren munten en andere metalen voorwerpen, die in feite dateren in de periode voorafgaand aan de kruitmolen. De vindplaats is ‘gedekt’ door de met de Waarde archeologie 1 gemarkeerde locatie van de kruitmolen en wordt daarom ten behoeve van deze bestemmingsplanherziening geschrapt.

De tweede vindplaats (waarneming 21007) betreft een melding uit 1929 van enkele vondsten, zonder dat een exacte plaatsaanduiding is gegeven. De coördinaten behorende bij de vondstmelding zijn afgerond op 100 meter. De vindplaats is daarom ook geschrapt.

Op één plaats in het plangebied Dauwendaele heeft al archeologisch onderzoek plaatsgevonden, namelijk op de locatie van de Overloperhof aan de Overloper. Er is op deze locatie geen archeologisch vervolgonderzoek nodig. Op dit terrein ligt dan ook geen archeologisch beperking meer. Het bewuste terrein is grijs ingekleurd op afbeelding 1 De archeologische voorschriftenkaart.

archeologie2

afb. 1 archeologische voorschriftenkaart

Aandachtspunten voor het beleid:

Het Walcherse archeologiebeleid is op de eerste plaats gericht op zogenaamd behoud in situ. Dit houdt in dat er naar gestreefd moet worden archeologische waarden ongestoord in de ondergrond te bewaren. Ingrepen die tot de aantasting van de verwachte archeologische resten leiden, moeten zoveel mogelijk worden vermeden. In geval van (plan)wijzigingen waarvoor graafwerkzaamheden noodzakelijk zijn, moeten initiatiefnemer er op worden gewezen, dat voorafgaand aan graafwerkzaamheden, die de in het Walchers archeologiebeleid vastgestelde diepten en oppervlaktes overstijgen, archeologisch vooronderzoek in de vorm van bureauonderzoek, eventueel gevolgd door inventariserend veldonderzoek, moeten worden uitgevoerd. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan verdere belangenafweging en besluitvorming plaatsvinden.

De Walcherse archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart inclusief recent onderzoek dient als archeologisch toetsingskader bij de beoordeling van ruimtelijke plannen en projecten. Op basis van het Walchers archeologiebeleid en aan de hand van het in het kader van de totstandkoming van onderhavig bestemmingsplan door de Walcherse Archeologische Dienst uitgevoerde bureauonderzoek werden voor verschillende zones binnen het plangebied Dauwendaele de volgende beleidsregels vastgesteld:

Het bestemmingsplan voor het plangebied Dauwendaele beslaat vier verschillende zones, waarvoor volgens het gemeentelijk archeologiebeleid verschillende vrijstellingen gelden. Bijkomend geldt een specifieke regeling in de nabijheid van bekende vindplaatsen.

 

  1. Het plangebied Dauwendaele beslaat een zone die op de archeologische beleidsadvieskaart voor Walcheren is aangegeven als gebied met hoge en middelhoge trefkans op archeologische vondsten (verwachtingszone). Hiervoor geldt dat bodemingrepen dieper dan 40 cm onder maaiveld en groter dan 500 m2 voorafgegaan moeten worden door archeologisch onderzoek (donkergeel aangeduid op de voorschriftenkaart afb. 1).

 

  1. In het plangebied Dauwendaele zijn twee archeologische vindplaatsen bekend. Rondom deze vindplaatsen geldt binnen een straal van 50 meter dat bodemingrepen dieper dan 40 cm onder maaiveld en groter dan 30 m2 voorafgegaan moet worden door archeologisch onderzoek. Op de archeologische voorschriftenkaart (afb. 1) staan de 50 meter-zones rond de bekende vindplaatsen aangeduid als blauw gearceerde cirkel.

 

  1. Ook vallen een terrein van een voormalige kruitmolen en de vier terreinen van een voormalige buitenplaats binnen de grenzen van het plangebied Dauwendaele (rood in de voorschriftenkaart afb. 1). Hier geldt dat bodemingrepen dieper dan 40 cm onder maaiveld en groter dan 30 m2 voorafgegaan moet worden door archeologisch onderzoek.

 

  1. Tenslotte is één terrein binnen het plangebied Dauwendaele al zodanig archeologisch onderzocht, dat geen vervolgonderzoek nodig is. (grijs in de voorschriftenkaart afb. 1). Hier geldt dat alle bodemingrepen vrijgesteld zijn van archeologisch onderzoek.

 

 

Advies over bovenstaande vrijstellingen kan ingewonnen worden bij de Walcherse Archeologische Dienst.

No Comments Yet.

Leave a comment